We gaan er maar al te makkelijk vanuit dat medewerkers naar kantoor komen, omdat ze elkaar willen ontmoeten. Want, hé we zijn kuddedieren en willen graag bij een groep horen. Maar zo simpel is het niet. Veel mensen kiezen ervoor om – ja, ook op dinsdag en donderdag – naar kantoor te gaan om hun werk af te maken, liefst zonder te worden gestoord door collega’s of hun manager. De werkelijke behoefte aan verbinding verschilt dus per persoon.
Uit gesprekken die we bij Facto voeren met veel FM-managers blijkt dat gedragsverandering nodig is om hybride werken te laten slagen. Maar wanneer vinden we hybride werken geslaagd?
Als we iedereen over vijf dagen hebben uitgesmeerd? Spreiding geregeld, baas blij. Maar wat hebben we dan precies voor elkaar gekregen? Een evenwichtige kantoorbezetting zegt niets over de kwaliteit van de ontmoetingen op kantoor. En dat is ook nog eens heel subjectief.
De dinsdag-donderdagdrukte is meer dan alleen een disbalans die moet worden weggepoetst”
Voor mij is onvoorspelbaarheid de moeite waard om naar ons kantoor in Zeist te gaan. Ik lunch graag met nieuwe collega’s, ook van andere teams. Maar ik ken genoeg anderen die alleen op de afgesproken dagen komen, zodat ze hun eigen team treffen. De overige dagen werken ze thuis om werk, sport en mantelzorgen te kunnen combineren. Wat zeggen bezettingscijfers dan eigenlijk over de kwaliteit van de verbinding die ontstaat, en de waarde van een kantoor?
De Duitse socioloog Georg Simmel heeft hier gelukkig over nagedacht. In zijn werk over sociale interactie benadrukt hij dat sociale verbondenheid niet iets is wat een organisatie kan afdwingen of bezitten. Er is een verschil tussen het doel van de ontmoeting en het sociale proces dat ontstaat tijdens die ontmoeting. Vanuit die gedachte betekent spreiden mogelijk ook dat mensen minder kansen krijgen op onverwachte, waardevolle ontmoetingen.
Dat maakt de dinsdag-donderdagdrukte interessanter dan alleen een disbalans die moet worden weggepoetst. De aanwezigheid op kantoor laat zich niet vangen in één KPI voor bezettingsgraad, maar heeft een sociale functie en is dus wel degelijk van waarde. Voor een overheidsorganisatie op een andere manier dan voor een snelgroeiende corporate.
Ik heb goede hoop dat FM’ers hun steentje kunnen bijdragen, door hun altijd aanwezige oplossingsgerichte blik op de werkomgeving. Hun inzicht in bezettingscijfers, hun vermogen om mee te bewegen met de pieken en dalen zonder de aantrekkelijke werkplek uit het oog te verliezen.
Want het probleem van ‘de kameel van de week’ oplossen door mensen over vijf dagen te spreiden, is te kort door de bocht.





